DB Vrijdag 3 juli, zevende etappe
Deze dag begint met onze aankomst in het kamp, achterop de gigantische 8x8 afsleeptruck. Het is half negen en het team is alweer wakker en op om ons te verwelkomen. Van Sindy hoor ik dat om negen uur de briefing is. Dus we lopen meteen door naar de organisatie tent. Daar meld ik 122 netjes af voor de vorige etappe en krijg ik een nieuw roadbook.
Na de briefing kleur ik eerst het roadbook. Niels vertelt René wat er zo ongeveer allemaal kapot is aan de auto. Daarna gaan we slapen en gaat René aan de slag. De auto krijgt o.a. een nieuwe dynamo, een schone radiateur en we krijgen een tijdelijk extra contactslot, want de oude zat vol modder.
Een paar uurtjes slaap verder zag de
wereld er ineens anders uit. Wij waren opgefrist en zo goed als alle
auto's waren al uit het kamp verdwenen. Toen de auto er klaar voor
was, zijn we naar de start gereden en vertrokken. We startten een
paar uurtjes later dan onze officiële starttijd, maar gestart is
gestart. Na een km of 20 komen we op een open zandvlakte en moeten we
ingewikkelde kompaskoersen rijden. Bij elk plaatje in het roadbook
laat ik Niels stoppen om de gradenkoers opnieuw in te voeren in de
GPS. Want een kruising op een open vlakte met overal verse sporen is
niet terug te vinden. Dus het is zaak om goed de graden en de meters
in de gaten te houden. Voordat we bij het eerste punt vertrekken,
zien we ineens van alle kanten auto's naar ons toe komen rijden. We
zitten ineens weer volop in het klassement. Zonder problemen bereiken
we de mulle zandheuvel waar Reinoud met zijn camera op ons staat te
wachten. Ook komen we Eric en Machiel in de Blitz en even later
Matthias en Martin met hun Samurai tegen.
Het navigeren op kompaskoersen gaat door en op een gegeven ogenblik wanen we onszelf op een zandduin in Oman. Daar reden we in een Toyota Landcruiser, maar in een Samuraitje is het ook genieten! Lekker surfen door de zandduinen, op vol vermogen.. Om weer een beetje af te koelen moeten we een pad met 3 waterplassen volgen. De plassen zijn oke. Matthias had er een over het hoofd gezien en is er vol ingeknald, waardoor we hem even later langs de kant tegenkwamen. Zijn luchtinlaat was niet waterdicht genoeg en hij had wat water in zijn luchtfilter. Maar het viel mee. Met remmenreiniger, WD40 en een aansteker (om te controleren of er geen water in de motorolie zat) leken ze het weer te redden en zijn we doorgereden.
De motor werd best heet en Niels was blij toen we de bossen bereikten. De eerste helft van de etappe eindigde bij een doorwading. Omdat de rivier ernstig gestegen was (2 meter!) mochten de auto's eromheen rijden. Het tweede gedeelte van de ettappe begon snel, totdat we bij een smerig lang modderpad kwamen wat uiteindelijk naar een modderige greppel met CP zou leiden.
Vlak nadat we daar stonden, kwamen er een aantal andere deelnemers aan waaronder een vrachtwagen. Die kon het pad makkelijk doorkomen, maar daardoor konden we ook zien dat het voor de auto's zwaar zou worden. Ik loop voor de zekerheid naar het eind omdat de weg over een heuveltje loopt, om te zien of er geen CP achter staat. Dat is niet het geval, dus we besluiten om te rijden. Aan de andere kant van de heuvel, blijkt het pad al snel weer in een modderpoel te veranderen. Een Fransman gaat links, wij gaan rechts. Anderen besluiten ook hieromheen te rijden. We komen een stuk verder, maar hebben een klein beetje hulp nodig van de lier. Inmiddels komt een lompe Fransman door het midden en ramt de Samurai bijna in tweeën. Gelukkig komen ze even later goed vast te staan.
Maar het pad naar het moeras met het CP blijft zwaar. Zo zwaar dat we op een gegeven moment vaststaan. Bij het lieren breekt het liertouw en inmiddels wordt het ook al donker. Auto's die aan komen rijden, zien ons staan en besluiten allemaal om te rijden. Dus hulp zit er niet in. Totdat een vriendelijk Frans team (Mecacool) vanaf de overkant kant naar ons toerijdt. Ze hebben een omweg gemaakt en zijn teruggereden om ons te helpen! We staan zo vast dat zij hun auto moesten zekeren aan een boom, die het maar nauwelijks hield. Gelukkig lukte het om de auto los te krijgen, zodat we verder konden.
Als het hier al zo slecht was, hoe zou het moeras bij het CP er dan wel niet uitzien? We besloten om te rijden, en dit punt te laten liggen. In het pikkedonker reden we om en kwamen al snel op de route terug. Het terrein was gelukkig droog en makkelijk. In de verte zagen we een hoop zwaailichten. We dachten dat het Aigner was, maar bij de truck aangekomen bleken het de oranje Ural van Ural Team Veldhoven te zijn. Die komen we altijd midden in de nacht tegen, als ze iets onwaarschijnlijks aan hun vrachtwagen repareren. Ze waren een moer 42 kwijt die de bladveer op z'n plek hield en kwamen een ketting te kort om de boel vast te sjorren. Niels heeft al onze D-sluitingen, harpen en lierhaken gepakt en daarmee konden ze precies een ketting maken die ze met een spanner strak konden zetten. Omdat we toch een D-sluiting nodig hadden, kregen wij hun kleinste sluiting (toch best groot) mee. Ze hadden nog wat tijd nodig voor de afwerking, dus wij vertrokken alvast.
Met de gedachte dat er nog iemand achter ons reed, gingen we verder. Vrij snel kwamen we op smal kuilenpad. Daar sloeg het noodlot toe. De brandstoftoevoer haperde weer. De vorige keren was het probleem opgelost toen we benzine in de tank gooiden. Maar dit keer hielp dat niet, omdat we dat juist daarvoor gedaan hadden. Elke keer als Niels de koppeling los liet en gas gaf smoorde de motor en sloeg ie af. De electronica staakte. Wat nu. Het plan was om om te draaien en naar de open vlakte te rijden, want dan stonden we niet in de weg. Maar toen de samurai overdwars op het pas stond, liet ie het echt afweten. Daar was ik helemaal niet blij mee, omdat ik wist dat de Ural eraan kwam en ik niet wist of we wel zichtbaar genoeg waren. En ja hoor, daar kwamen al lampen aan. Het waren Didier en Sophie (Jimny) met nog twee Franse auto's. Ze hebben geholpen om de auto tussen de bomen te duwen zodat de weg weer vrij was. Verder konden ze ook niets doen, dus gingen ze verder.
Even later kwam de Ural voorbij, die aanbood om ons naar de finish slepen. Het was nog 15 km. Toen de Samurai weer op het pad stond en ons lint vast zat aan de Ural gingen we verder. Helaas maakte het smalle pad een bocht en hadden we de volle lengte van het lint gebruikt, dus de Samurai nam de kortste weg. Daar hingen we bovenop een boomstam. Naar voren was geen optie, dus we moesten achteruit. Inmiddels had een Duitse Landrover zich achter ons vastgereden. Ze wilden ons wel even achteruit lieren, als we ze daarna zouden lostrekken.
Poging twee ging beter. Ons lint zat inmiddels dubbel en we volgden de Ural netjes over het pad. De Landrover hadden we ook maar aangeknoopt omdat we dan in ieder geval geen tijd kwijt zouden raken als ze weer vast zouden rijden. Het was laat en de Uraljongens wilden graag naar de finish. En autootjes helpen is tof en doen ze graag, maar als het makkelijker kan...
Zo reden we een tijdje door totdat we bij een fikse plas kwamen. Tanis stapte uit de Ural en kwam naar ons toe. “We maken jullie even los, dan rijden we naar de overkant en lieren we jullie er doorheen. Is wel zo veilig.” Zo gezegd, zo gedaan. Ze reden erin, bijna tot de overkant. Daar was de doorwading te diep en de modder te zacht voor de Ural: vastgereden! Met de lier probeerden we de Ural los te krijgen, maar de bomen langs de plas waren te dun om als lierpunt te gebruiken. De jongens in de Landrover wilden toch graag verder en hebben zich naar de overkant gelierd. Helaas voor hen was de finish inmiddels al opgebroken...
Gisteren hadden we goede ervaring met de Lumpensammler, dus we belden Franz Aigner om te vertellen dat we de laatsten in het terrein waren, dat wij stuk waren en dat de Ural vastzat. We gaven het plaatje door waar we dachten te zijn en de GPS- coördinaten. Ze kwamen eraan.
Het was koud en we waren niet heel goed voorbereid op een nachtje in het bos (droge kleding hadden we niet bij ons). We pakten de warmte-dekens uit de EHBO-set en nadat we onze sokken uitgewrongen hadden, probeerden we zo comfortabel mogelijk te zitten. In de Ural waren ze vrij snel vertrokken en ook Niels viel in slaap. Ik bleef in de spiegels kijken en luisteren of ik in de verte al trucks hoorde. Op een gegeven moment schrok ik wakker. Het was een uur of 4 en ik zag in de zijspiegel lichtjes! Ze waren er. Twee trucks. En ze hadden warme jassen bij zich die we aankregen om een beetje op te warmen. De Ural mocht een truck als lierpunt gebruiken en kon zich zo achteruit lieren. Met het aanbreken van de dag, werd de samurai achter de andere truck geknoopt en zo werden we het terrein uitgesleept.
Na een poosje kwamen we bij huizen en begon de verharde weg. Het kamp was nog zo'n veertig km ver weg. Bungelend en zeer kort achter de truck (ons lint zat dubbel en het was echt kort) probeerden we heel in het kamp aan te komen. Toen we echt helemaal op waren en bijna niet meer wakker konden blijven, zagen we dat we de snelweg opreden. Hmmm, daar gingen we dan met een behoorlijke snelheid. Gelukkig was het erg stil op de weg en lijkt de Poolse snelweg bij Zagan in niks op de A12. Het gaf ons wel weer wat adrenaline om wakker te blijven. En we reden dezelfde route als de ochtend daarvoor op de sleepwagen. Dus ik wist welke afslag we zouden nemen en waar we links, dan wel rechts zouden gaan.
Rond half zes waren we terug in het kamp. Inmiddels scheen de zon vollop. Na duizend maal de mannen van de trucks bedankt te hebben, reden we naar ons serviceteam. Rijden ja, want van schrik besloot de samurai het weer eventjes te doen... Fijn. Bij de tent aangekomen hielden we de dag voor gezien en vielen al snel in slaap.
Uitslag zevende etappe:
Blitz 62
Samurai 66

Laat een reactie achter